Autonomie. Autonomie is een kwetsbaar, krachtig ‘alleen staan’. Vanuit dit ‘alleen staan’ beweeg je in en uit versmelting en eenheid. Er zijn dualistische en eenheidsperspectieven in Zelfrealisatie.

Autonomie heeft een persoonlijke ziel en is tegelijk grenzeloos open. De Persoon van Zijn is autonoom. Het is een individueel bewustzijn zonder verleden, heden en toekomst. Met dit individuele bewustzijn maak je werkelijk contact en ervaar je tegelijk grenzeloosheid. Dit is een basis voor zelfrealisatie, vriendschap en relatie.

De rol van ‘ik ben’. In het verdiepen van ‘ik ben’ krijgen allerlei psychologische processen de ruimte. De ‘ik ben’ fungeert in eerste instantie als een soort basisvertrouwen waarin alle gevoelens van te kort en angst vrij kunnen opkomen en doorzien worden. Alle afhankelijkheidsstructuren worden losgeweekt in de ruimte van ‘ik ben’.

Van afhankelijkheid naar autonomie. In de begeleiding van mensen zie ik dat er in het focussen op ‘ik ben’ een verdieping van aanwezigheid plaatsvindt en tegelijk een  proces van afhankelikheid naar autonomie. Dit gaat gepaard met verwarring, pijnlijke gevoelens, angsten en afscheid nemen van de vele vormen van afhankelijkheid. Afhankelijk zijn van ouders, geliefden, vrienden, autoriteiten en groepen.

Werk, relaties en gezondheid verbeteren zich door steeds autonomer te worden. Het innerlijke perspectief wordt moeiteloos, sereen en vrij. Op een gegeven moment is de ervaring dat het leven vanzelf verloopt. Je hoeft je er niet meer mee te bemoeien, er is niemand. Dat is het moment dat de ontwikkeling van de persoon transpersoonlijk wordt. Er komen steeds ruimere en subtielere sensaties aan de oppervlakte. Er komt iets universeels en onpersoonlijks in de persoonlijkheid. Het oude leven van genot nastreven en pijn vermijden zal nog steeds proberen op de voorgrond te komen en je af te leiden van ´ik ben´.

Voorkant en achterkant. Het persoonlijke leven als de Persoon van Zijn blijft aan de voorkant te zien. De innerlijke ervaring is onthecht, als een film, wel in de wereld, maar niet van de wereld. De manier van praten, de toon, de ideeen, de manier van bewegen, etc. is persoonlijk en echt. De achterkant (innerlijke bewustzijnswereld) is echter onkenbaar voor een ander en is in een eindeloze verdieping geraakt. Deze verdieping heeft invloed op de voorkant. In de innerlijke verdieping van bewustzijn ontstaat werkelijke moraal. De persoon wordt steeds ruimer, ontspannender, verlangenlozer en serener.

Leraar of niet? Het enige wat je hoeft te doen om dit te gaan ervaren is vertragen en ‘zijn met wat er is’ (inquiry). De ontwikkeling gaat volledig vanzelf en daar is geen extra inspanning voor nodig. Je hebt ook geen leraar nodig. Een leraar kan je wijzen op de subtiele verschillen, het proces overzien en stimuleren door te gaan in moeilijke moment met aanschouwen. De leraar vervuld de rol van het innerlijke basisvertrouwen ‘ik ben’. De ‘ik ben’ is je werkelijke lerar. Meestal zie ik dat wanneer een student de ‘ik ben’ sterk ervaart er geen leraar meer nodig is. De leraar wordt een vriend.

De ontwikkeling van de mens gaat super langzaam. Geniet er van….

Stel hier je vraag