Ik ben het absolute.

Lijden is een ingrijpend verlies of een gemis dat zich laat voelen als een te kort of een onvervuld langgerekt verlangen. Het omgaan met dit gevoel van te kort brengt meestal een gevoel van onmacht met zich mee. Het grootste onderdeel van het lijden is daarbij, niet zo zeer de pijn van het te kort zelf, maar vaak de eenzaamheid en het gevoel uitgesloten te zijn. Waarom gebeurt mij dit (en niet een ander)?

Een verzachtende werking op lijden is ‘troost’, een nabijheid van iemand. In deze nabijheid ontstaat er een gevoel van ‘steun’ en ‘samen zijn’. Van hieruit kan er een oplossing ontstaan voor het lijden, maar het hoeft niet. Het ‘er zijn’ is een enorme steun voor mensen. Er is contact en een mede-leven of mede-lijden. Iemand troosten vergt een open aanwezigheid in het moment en de kracht om de machteloosheid en eenzaamheid van de ander in jezelf te voelen.

Het leedfeit is de reden van het lijden (de ziekte, het verlies, armoede). Troostende gesprekken gaan snel over het leedfeit en mogelijke oplossingen. Het gaat vaak niet over het proces van lijden. Dit is meestal onbewust een vlucht om het lijden van de ander niet te voelen. Er is een innerlijke neiging om van het lijden (van de ander) af te komen. Wanneer je stil staat bij het proces van lijden van de ander ga je het lijden zelf ook voelen. De ander voelt zich gehoord en gezien. Dat is een grote troost.

De vraag als mede-mens is nu; kun jij er in het alledaagse lijden van een ander zijn zonder een oplossing te brengen? Kun je zijn met de gevoelens van gemis en machteloosheid van de ander? Pijn voelen in plaats van vermijden. Het lijden zelf is vaak een langdurige kwestie en niet met een mentale oplossing, model of een goocheltrucje op te lossen.

Troosten is omgaan met de vraag die de ander (elke dag) onuitgesproken stelt;

telt het voor jou, dat ik hier, met dit probleem, steeds maar weer, in dezelfde cirkel ronddraai….

Stel hier je vraag