Om het simpel te maken is het handig om het ‘ik’ even in twee delen te splitsen.

Het ‘ervarende ik’ is altijd in het moment en onmiddellijk gelukkig. Er is niets wat nodig is. Dit ‘ik’ verdiept zichzelf in een voor het denken en voelen onkenbare dimensie. Om dit ‘ik’ te ervaren zijn oefeningen zoals verblijven in ‘ik ben’ en zelfherinnering nuttig.

Dan is er het ‘herinnerende ik’. Dit ‘ik’ maakt gebruik van herinneringen en is altijd in het verleden. Zelfs de projectie van de toekomst is gebaseerd op herinneringen uit het verleden. Het ‘nu’ bestaat voor dit ‘ik’ niet, want dat is al verleden geworden. Om het geluk van dit ‘ik’ te vinden is het nuttig om te zien hoe dit ‘ik’ steeds wordt geconstrueerd door het ‘herinneren’. Dit ‘ik’ heeft ook nooit genoeg, het stelt doelen, het streeft genot na en vermijdt pijn en wil niet in het moment zijn. Het wordt gelukkig van doelen stellen en deze behalen. Daar is niets verkeerds mee, het is alleen belangrijk dat je dit doorziet.

Het geluk van deze ‘ikken’ lopen voortdurend door elkaar. Ze beïnvloeden elkaar over en weer. Het gebeurt mechanisch dus jij kunt er niets aan doen. Wat je kunt doen is dit spel de ‘ikken’ waarnemen. Wanneer er een (hechting aan) een voorkeur voor een van deze bewegingen is ontstaat er weer ongeluk.

 

Zijn met ‘wat is’. En wie weet waar het heen gaat….

Stel hier je vraag