“De enige aanwijzing voor wat de mens kan doen, is wat de mens heeft gedaan.” Deze gedachte vormt het vertrekpunt van mijn zoektocht.
Ik drijf mee op de collectieve ziel van de wereld en dat brengt een diepe verwarring met zich mee. Waarom belanden we steeds weer in kwaadaardige situaties? Gefascineerd door de uitersten—van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog tot de belofte van spirituele verlichting—zie ik een patroon: de mens is een vat vol tegenstrijdigheden, extreem gevoelig voor de verhalen van de massa.
Wat mij fascineert is onze vatbaarheid voor ‘programmering’.
We zijn in een paar duizend jaar tijd gerend van natuurgoden naar monotheïsme, en van nationalisme naar de aanbidding van materie en geld. Vandaag de dag voelt het alsof we stilstaan; een kleine groep speelt nog steeds de ‘koning’, gebruikmakend van machtsdrang technieken en religieuze verhalen die we al eeuwen kennen. Voeg daar wat nieuwere programmeringstechnieken aan toe zoals algoritmes en digitale echokamers en de prgrammering/massavorming gaat nog sneller.
Mijn doel is helder: ik wil bijdragen aan een ander collectief verhaal. Een verhaal dat niet gestoeld is op angst of hiërarchie, maar op Fundamenteel Welzijn. Door ons innerlijke model te veranderen, veranderen we uiteindelijk de wereld. Zoals Wilber’s AQAL-model suggereert: de binnenwereld en buitenwereld zijn onlosmakelijk verbonden. Het is tijd dat onze collectieve expressie dat eindelijk gaat reflecteren.
Hannah Arendt, banaliteit van slechtheid.
Mattias Desmet, massavorming.
Jiang Xeuqin, predictive history.